Ingrid Betancourt
“Ik heb alles over voor het Colombiaanse volk, dat door de gevestigde politiek wordt veracht en generatie na generatie is bestolen”, schrijft Ingrid Betancourt in haar vroeger verschenen memoires. “Ik geef niet op, welk prijs ik daarvoor ook moet betalen.”
De prijs bleek hoog.
Ingrid Bétancourt kwam als presidentskandidate in 2002 in handen van de linkse rebellenbeweging FARC. Ze voerde campagne in een gebied dat de guerrilla in handen had. In 2003 kwam een eerste teken van leven. Daarna duurde het vier jaar voor een nieuwe videoboodschap bewees dat Betancourt nog in leven was. De beelden waren weinig hoopgevend. De hele wereld zag een uitgemergelde en moedeloze vrouw.
Per sms kreeg ik begin juli 2008 viavia het nieuws binnen dat Betancourt was vrijgelaten. Toen ik het tv-journaal openzette en live de persconferentie meemaakte op het vliegveld in Bogota, zag ik een moedige vrouw. Na zes lange jaren van gijzelaarschap blijft ze bij haar ambities om president te worden, zo bleek op diezelfde persconferentie.
Wat ik het meest in haar bewonder? Haar innerlijke kracht. Haar moedige strijd tegen drugkartels en corruptie. Haar volharding ook.
De toespraak die ze afgelopen najaar in het Europese Parlement hield was memorabel. Ik ben het eens met de voorzitter van het Parlement die zegt dat Ingrid Betancourt het symbool is voor vrijheid en menselijk verzet tegen gedwongenheid, een voorbeeld van waardigheid en moed voor ons allemaal.
Popularity: 10% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.




