Content on this page requires a newer version of Adobe Flash Player.

Get Adobe Flash player

 

Een van de fundamenten van de Europese Unie is de zogenaamde eenheidsmarkt. Om de welvaart te verhogen koos men voor vrij verkeer van mensen, goederen, diensten en kapitaal. Dat geeft een drukte van jewelste – en dus inderdaad meer welvaart – waardoor er ook heel wat Europese wetgeving is gekomen om dat verkeer te regelen.

En vaak komen die Europese wetten gewone burgers ook rechtstreeks ten goede. Enkele voorbeelden. Ben je op reis en je wordt ziek in een ander land, dan kun je toch via je eigen mutualiteit gezondheidszorg krijgen. Of kijk naar de jaarlijks tienduizenden studenten die een paar maanden in het buitenland kunnen studeren. Natuurlijk betalen we in de eurozone al enkele jaren allemaal met dezelfde munt. En we vertrouwen als Europese landen op elkaars kwaliteitscontrole op producten als we die invoeren.


De andere kant van de medaille is dat Europa steeds meer het principe van de ‘vrije markt’ of ‘vrije concurrentie’ nastreeft. En dat op een neo-liberale manier, waar we het als Groenen heel moeilijk mee hebben. Europa probeert “hindernissen” voor ondernemers op die vrije markt op te ruimen. En heel vaak sneuvelt dan allerlei sociale bescherming van mensen – die arbeid misschien duurder maakt – maar die wel zorgt voor welzijn.

Zo promoot de EU tegenwoordig het principe van ‘flexizekerheid’. Het combineert flexibiliteit met zekerheid. Alleen slaat de balans vooral door naar de flexibiliteit. Een concreet voorbeeld hiervan is dat tijdens de laatste onderhandelingen over de maximale werkweek, de meeste lidstaten die maximale arbeidsduur van 40 uur willen optrekken tot 65 uur per week. Daarbij worden wachttijd niet erkend als gewerkte tijd (terwijl je wel op je werk zit te wachten). Dat is onaanvaardbaar voor de Groenen, die juist een 32-uren week voorstelden. Veel mensen vinden dat onrealistisch. Maar wat blijkt nu in tijden van economische crisis? Dat al in verschillende bedrijven de werknemers besloten hebben om een dag per week minder te gaan werken. Zo kunnen ze allemaal hun job behouden en werken ze minder, wat weer goed is voor hun familiale en sociale leven.

Veel sociaal beleid en rechten voor elke Europese burger komen voort uit het arbeidsrecht. Bedrijven en werknemers – werkgevers en vakbonden – moeten omgangsvormen en regels afspreken om de samenwerking goed te laten verlopen. Zo zijn er wetten over veiligheid en gezondheid op het werk, arbeidsduur en ziektekosten. Er zijn ook rechten om discriminatie (op het werk) tegen te gaan, gelijk werk voor gelijk loon.

Een van de meest interessante ontwikkelingen in de evolutie naar meer kwaliteit en meer rechten ligt in het ‘Handvest van Fundamentele Rechten’, onderdeel van het Verdrag van Lissabon. Zo gauw dat verdrag geratificeerd is, zouden de sociale rechten uit dat Handvest overal in Europa afdwingbaar worden.


Er zijn in Europa tegengestelde krachten op sociaal gebied. Er is een beweging waarin mensen niet alleen als consumenten worden beschouwd maar als volwaardige inwoners van de EU mét rechten

Sociaal Europa gaat ook over solidariteit, over fatsoenlijke levensomstandigheden voor elke Europese burger. Via een sociaal Europa willen we problemen als armoede of maatschappelijke uitsluiting aanpakken. Daarom hebben we in de meeste lidstaten een goed systeem van sociale zekerheid. Inkomensgarantie als je plots op straat staat en collectieve gezondheidszorg. Op de grondbeginselen van dat systeem mogen Europeanen trots zijn. Ook de nieuwe Amerikaanse president Obama schuift op richting Europees model. Obama tekende in de eerste maand van zijn verblijf in het Witte Huis al een aantal belangrijke sociale wetten, zoals een gegarandeerd minimumloon. Ongeveer 80% van de wereldbevolking heeft echter nog geen toegang tot een goed sociaal zekerheidssysteem. In plaats dat de EU zijn sociaal systeem afbouwt, zou het beter zijn als zich ontwikkelende landen meer sociale wetgeving Europese stijl krijgen. Dat is in het belang van Europeanen en van mensen elders.


Maar het is tegelijkertijd een tragedie dat de voorbije decennia langzaam maar zeker zeer noodzakelijke sociale beschermingsmechanismen afgebouwd werden en we de zogenaamde onzichtbare hand alles lieten overnemen. Een onzichtbare hand die trouwens bij momenten serieuze en zichtbare a-sociale slagen uitdeelt, zoals de kredietcrisis aantoont. De Groenen hebben liever een sterke zichtbare hand, die zaken waar nodig zichtbaar en controleerbaar regelt en bijstuurt!


De vraag is of in Europa de balans nog in evenwicht is tussen wat mensen aan ‘de economie‘ geven en wat ze ervoor terugkrijgen. Ik vecht met Groen! voor het eerbiedigen van fundamentele rechten op arbeid, op gezondheid, op wonen. Ik vecht tegen armoede en uitsluiting. Dit zullen we niet realiseren als de EU diensten van algemeen belang, zoals gezondheidszorg, lokale diensten of energievoorziening volledig zou liberaliseren. Wel integendeel. Deze fundamentele dienstverlening overlaten aan de vrije markt is een foute keuze en vergeet waar het in Europa echt moet over gaan: over sociale samenhang, over duurzaamheid en over kwaliteit van leven. We moeten ervoor zorgen dat de sociale dimensie niet wordt vergeten in het Europa van morgen.

Daarom ook heeft Europa nood aan een nieuw ’sociaal contract’ met zijn burgers. Niet omwille van de EU as such, maar omdat juist in tijden van crisis, het verdedigen van maatschappelijke samenhang, van solidariteit en van een algemeen belang cruciaal zijn. Die steun zul je niet van Europese burgers krijgen als de EU zich blijft opstellen, volgens de neoliberale dogma’s.

Bart Staes

Popularity: 9% [?]

Enkele voorstellen voor een echt europees jeugdbeleid.

Er is nood aan een cross-sectoraal jeugdbeleid. Dat houdt onder meer in een betere coördinatie van het jeugdbeleid via de oprichting van een ‘intergroup on youth mainstreaming’ in het EP en een ‘Group of Commissioners on Youth’ in de Commissie. De nieuwe jeugdagenda van de EU dient binnen de Commissie te worden goedgekeurd als een horizontaal plan, en niet enkel een plan voor de jeugdsector. Bij het opstellen van de begroting zou ervoor moeten gezorgd worden dat de effecten voor jongeren steeds in rekening worden genomen (’youth budgeting’).

* Er is nood aan een sterke jeugdagenda met participatie van jongeren en hun organisaties. Dat houdt onder meer in dat er een sterke implementatie komt van het ‘jeugdartikel’ (165) in het Verdrag van Lissabon. Er is ook nood aan eenvoudig beschikbare middelen voor de financiering van projecten in het kader van de gestructureerde dialoog. Europese evenementen zoals de ‘Europese Week van de Jeugd’ kunnen nog beter en doelgerichter georganiseerd worden, zodat ze een grotere impact hebben op het beleid.

* Er is nood aan een sterk engagement van de EU voor duurzame ontwikkeling. In de besluitvormingsorganen hiervoor zouden jongeren voldoende moeten betrokken worden. EU-campagnes voor sensibilisering zouden voldoende op jongeren moeten gericht zijn. Duurzame ontwikkeling zou opgenomen moeten worden in het volgende programme ‘Youth in Action’.

* Duurzame mobiliteit moet voor iedereen beschikbaar zijn. Zo is er nood aan voldoende financiering voor grensoverschrijdend openbaar vervoer. Een modern, efficiënt en voldoende goedkoop interrail-ticket is ook nodig. Er zijn ook maatregelen nodig waardoor het gemakkelijker wordt visa te verkrijgen voor buitenlandse vrijwilligers.

* Het Europese Jeugdprogramma (Youth in Action) is een belangrijk instrument dat veel mogelijkheden biedt aan jongeren. Het nieuwe jeugdprogramma, dat loopt vanaf 2014, kan nog beter. Zo zou het moeten gescheiden blijven van andere programma’s. Er zou ook moeten gestreefd worden naar minder bureaucratische rompslomp. Een groter budget en een grotere geografische reikwijdte zijn ook aangewezen.

* De mogelijkheden om te leren over de grenzen heen zouden nog moeten verbeterd worden. De bestaande Europese mobiliteitsprogramma’s (bv. Erasmus) zouden moeten worden versterkt. Er is nood aan een minder bureaucratische aanvraagprocedure, betere promotiecampagnes, en meer aandacht voor het leren van de vreemde taal. Ook de mogelijkheden voor internationale stages zouden verbeterd kunnen worden. Dat kan door een Europees statuut voor stagiairs, een certificaat voor stages, meer promotie en voldoende financiële middelen.

* Speciale aandacht is nodig voor het principe van waardig werk voor alle jongeren. Duurzame maatregelen zijn nodig om de toename van werkloosheid bij jongeren te verhinderen. Een speciaal initiatief, zoals een ronde tafel gericht op een visie op een duurzame arbeidsmarkt voor jongeren, kan nuttig zijn. Het concept van waardig werk moet centraal staan in het hele beleid. Er is ook nood aan een betere samenwerking tussen de EU en de ILO en de instelling van sociale minimumstandaards die overal gegarandeerd zijn.

* Er is meer actie nodig op het vlak van onderwijs en vorming, via het ’strategisch kader onderwijs en training na 2010′ en het Europees Jeugdpact. Doel moet zijn de vroege schooluitval en de functionele ongeletterdheid naar omlaag te krijgen. De rol van de Commissie in het Bolognaproces zou moeten verduidelijkt worden. De EU zou ook een actievere rol moeten spelen in de financiële stimulering van de mechanismen van toegang tot het hoger onderwijs.

* Er is nood aan een nieuwe strategie voor duurzame ontwikkeling ter opvolging van de huidige Lissabonstrategie. De duurzaamheidstrategie zou op zich minstens evenveel aandacht moeten krijgen. En in de vervolgstrategie voor de huidige Lissabonstrategie (na 2010) zouden de sociale en ecologische dimensie volwaardig moeten geïntegreerd worden. Het nastreven van een sterk Europees Sociaal Model, met focus op waardige jobs, aandacht voor daling van armoede bij kinderen en jongeren en een sterke jeugddimensie, moet het doel zijn. Daartoe moet de zichtbaarheid van het vernieuwde Jeugdpact gemaximaliseerd worden.

* Er is nood aan een gemakkelijke toegang tot cultuur voor alle jongeren. Dat kan via het idee van een algemene Europese jeugdkaart (European Youth Card).

* De EU zou een kader moeten opzetten om de kwaliteit van het niet-formeel leren te waarborgen, en dat in nauwe samenwerking met de jeugdorganisaties.

* We willen een wettelijk statuut voor Europese jeugdorganisaties. De Commissie zou daartoe een voorstel moeten uitwerken. Er is ook nood aan duurzame structurele financiële ondersteuning.

* Er is behoefte aan een proactief beleid ten opzichte van de toenemende informatisering van de samenleving. De EU moet het onderzoek naar nieuwe media en veranderingen in de wereld van jongeren promoten. Een actieve en leergerichte educatie rond nieuwe media zou verder moeten gestimuleerd worden. Speciale aandacht is nodig voor bewustmaking van minderjarigen rond privacy-instellingen. Algemeen beleid is ten slotte nodig om te garanderen dat alle jongeren toegang hebben tot internet (nu is dat 60% van de Europese gezinnen).

* Het Europese migratiebeleid dient gebaseerd te zijn op de internationale verdragen. Respect voor alle internationale conventies die kinderen en jongeren beschermen (in het bijzonder het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind) is nodig. Opsluiting van minderjarige asielzoekers moet verboden worden.

Popularity: 11% [?]

Enkele ideeën over het creëren van een sociale ruimte in de EU.

* De EU dwingt geen liberalisering af. De lidstaten bepalen zelf welke diensten in handen blijven van de overheid of maatschappelijke ondernemingen.

* De impact van de dienstenrichtlijn op de werking van de social profitondernemingen moet onderzocht worden. Hetzelfde geldt ten aanzien van de reglementering op sociale ondernemers inzake staatssteun en mededingingsbeleid en ten aanzien van de arbeidswetgeving en de organisatie van de arbeidstijd. In dit verband dient ook de impact onderzocht te worden van de intrede van commerciële ondernemers in de zorg.

* De EU wordt verantwoordelijk voor het beheer van netwerken met een grensoverschrijdend karakter: hogesnelheidsspoor, satellietnavigatie, een supernet voor groene stroom. Zij verzekert voldoende investeringen in deze netwerken en eerlijke toegang voor dienstverleners die concurreren.

* Betere erkenning diploma’s en kwalificaties. We willen een Europawijde vereenvoudiging van de overdraagbaarheid van kwalificatie-eenheden. De basis voor Europawijde mobiliteit is de erkenning van diploma’s en beroepservaring. De vergelijkbaarheid en erkenning van diploma’s binnen de EU is ontoereikend.

* Sociale bescherming verbeteren met een Europese sociale kaart. We willen dat in een Europa zonder grenzen sociale rechten en voordelen niet verloren gaan, wanneer mensen een job in een ander land opnemen of verhuizen. De nu reeds wettelijk gegarandeerde erkenning en optelling van in verschillende landen verworven verzekerings- en werkbijdragen moet ook gemakkelijk bruikbaar zijn voor de burgers. Daarom willen we een Europese sociale kaart invoeren. Die zal de toegang tot aanspraken in de sociale zekerheid op het domein van bv. ziekte, pensioen, werkloosheid, in het buitenland vergemakkelijken en administratieve hindernissen bij een grensoverschrijdende verandering van job verminderen. De noodzakelijke gegevens worden in het eigen land opgeslagen, waardoor de kaart zelf enkel als een informatiesleutel dienst doet. Een dergelijk systeem zou voor heel wat werknemers een serieuze stap vooruit zijn en zou het Europees burgerschap ook concreet maken.

* Op patiënten gerichte reclame voor receptgeneesmiddelen blijft verboden. De EU stimuleert onafhankelijke informatievoorziening over ziektes, behandelingen en medicijnen.

* De EU legt minimumrechten voor patiënten vast. Zij krijgen recht op vergoeding van ziekenhuisbehandelingen in een ander EU-land, bijvoorbeeld wanneer het eigen land lange wachtlijsten kent. Lidstaten mogen de voorwaarde van voorafgaande toestemming blijven hanteren als een kostenexplosie dreigt.

* De EU bevordert samenwerking tussen landen bij de inkoop en productie van vaccins die een grootschalige uitbraak van griep moeten voorkomen of intomen.

* We willen de regionale ontwikkelingsverschillen in Europa verkleinen. Belangrijkste instrument hier is het Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Belangrijkste doel blijft voor ons dat de regionale ontwikkeling als doel heeft de verschillen tussen de regio’s te verkleinen en alle regio’s gelijke ontwikkelingskansen te geven. Dat mag echter niet ten koste gaan van de sociale en ecologische belangen. Daarom verzetten we ons tegen de huidige verplichting dat steunmiddelen eenzijdig op de regionale concurrentiekracht worden ingezet. De middelen moeten ook meer gericht worden ingezet, en zouden enkel nog mogen gaan naar die lidstaten waarvan het BBP lager ligt dan 90% van het EU-gemiddelde en naar grensoverschrijdende samenwerking.

* We willen het Europees Sociaal Fonds (ESF) verder ontwikkelen. Er zou daarbij meer aandacht moeten zijn voor de werklozen. Voor moeilijk bemiddelbare werklozen zouden er meer projecten in de ‘derde sector’ moeten voorzien worden, waardoor zij ook een uitzicht kunnen krijgen op een zinvolle baan. Om langdurige werkloosheid te verhinderen zou het ESF meer aandacht moeten besteden aan opleiding, waardoor zoveel mogelijk jonge mensen een goede start krijgen in hun beroepsleven. Verder moet verzekerd worden dat het ESF niet in de plaats komt van nationaal werkgelegenheidsbeleid, maar dat enkel aanvult met innovatieve projecten.

Popularity: 11% [?]

Enkele voorstellen om Europa een socialer gezicht te geven.

* Er komt een duidelijke ambitie om de armoede uit te bannen tegen 2020 binnen de EU. De EU legt vast dat de laagste uitkeringen gebaseerd worden op een bestaansminimum van 60% van het gemiddeld inkomen van elke lidstaat. In het Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting 2010 zouden projecten die wegen uit de armoedeval aangeven opgestart moeten worden. Dit thema zou een prioriteit moeten zijn voor het Belgisch Voorzitterschap in 2010.

* Gelijke kansen verzekeren en discriminatie bekampen. We willen een discriminatievrij Europa. Daarom zijn we voorstander van een vijfde antidiscriminatierichtlijn, die garandeert dat er – niet enkel in het arbeidsleven maar ook in het leven van alledag – een omvattende bescherming is tegen discriminatie. We willen bij wet verbieden dat bv. iemand die in een rolstoel zit, de toegang tot een restaurant, arts of winkel kan geweigerd worden. In de toekomst mogen openbare aanbestedingen, subsidies en andere stimuli van de overheid enkel gaan naar die ondernemingen die aantoonbaar niet discrimineren. Ondernemingen die voor discriminatie veroordeeld zijn, kunnen geen overheidssteun genieten tot zij terug een discriminatievrije status hebben. Het smartengeld dat aan eventuele slachtoffers van discriminatie wordt toegekend moet voldoende hoog zijn zodat het een afschrikkend effect heeft op bedrijven.

* Toegankelijk Europa. We willen dat Europa voor alle mensen, met of zonder handicap, ervaarbaar en beleefbaar is. We zetten ons in voor een Europa zonder barrières, niet alleen in architecturale zin. Dat betekent toegankelijkheid en bruikbaarheid van instellingen, gebouwen, transportmiddelen, internet en informatie voor alle mensen. We zetten ons ervoor in dat alle mensen in hun individualiteit aanvaard worden en de mogelijkheid hebben volwaardig aan de maatschappij deel te nemen. Enkel door sociale insluiting en een versterkt gevoel van verbondenheid van alle mensen kunnen de sociale, economische en persoonlijke vrijheden van Europa zich verder ontwikkelen.

* Specifiek ten aanzien van mensen met een handicap vragen we onder meer het volgende:

Een doorgedreven handicapmainstreaming bij het Europees beleid.

De ratificatie van het Internationaal Verdrag inzak de rechten van personen met een handicap en de invoering van een opvolgingsstructuur.

Een goede nieuwe antidiscriminatierichtlijn, die onder meer de situatie van de mantelzorgers erkent en ook het concept ‘discriminatie op grond van een band met een persoon met een handicap’ bestraft.

Het principe van autonomie van personen met een handicap moet vertaald worden naar alle beleidsdomeinen en -niveaus. Dit zou in alle lidstaten moeten worden doorgevoerd. Daarbij zou er voldoende aandacht moeten zijn voor mantelzorgers.

Er is nood aan een betere onderlinge nationale erkenning van de statuten van personen met een handicap. Dat kan onder meer via een ‘Europese herkenningskaart’.

Ontwikkeling van regelgeving voor de onbeperkte toegang tot alle gebouwen, alle vervoermiddelen en alle communicatiemiddelen (ICT).

Wederzijdse erkenning en harmonisering van aangepaste voertuigen.


* De EU vergemakkelijkt het combineren van arbeid en zorg, onder meer door verlenging van het zwangerschapsverlof.

* Met het oog op de langetermijnoriëntatie en duurzaamheid krijgen werknemers en consumenten een vertegenwoordiging in het ondernemingsbestuur en krijgen aandeelhouders een zwaardere stem naarmate zij langer in het bezit zijn van de aandelen.

Popularity: 10% [?]

Bart's Blog

Heel erg bedankt!

staes_bartHet was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.

Ik ben tevreden met mijn resultaat: 97.036 voorkeurstemmen op een totaal van 322.149 stemmen. Voor het Vlaams Parlement halen we 278.211 stemmen. We scoorden dus Europees zeer goed.

Maar ik ben ook heel blij met de resultaten van de groene partijen elders. De Groene groep in het EP zal fors uitbreiden. In het vorige parlement zetelden 43 leden, waarvan 35 groenen. In de komende periode nu al zeker 53, waarvan minstens 46 groenen. Ook de regionalisten van de EVA deden het goed: die groeien van 5 tot minstens 7 leden. De Oostenrijkers vaardigen opnieuw twee parlementsleden af. Ecolo stijgt van 1 naar 2. De Fransen stijgen van 6 naar 14. De Duitsers van 13 naar 14. Voor het eerst zal een Griekse groene in het EP zetelen. De Luxemburgers behouden hun zetel. GroenLinks van Nederland stijgt van 2 naar 3. De Catalaanse groenen behouden hun zetel. De Zweedse groenen verdubbelen hun aantal van 1 tot 2, net zoals de Finse groenen. En de Engelse groenen behouden hun twee zetels. Een fantastisch resultaat dus.

De nieuwe fractie komt voor het eerst bijeen volgende week op 16 juni. Tijd dus om even te recupereren. Maar ik kan jullie garanderen dat ik er de komende vijf jaar weer keihard tegenaan zal gaan.

Groene groeten en nogmaals: bedankt voor alle steun, elke aanmoediging en de vele gelukwensen,

Bart Staes

Popularity: 100% [?]

Dreamteam

LOGIN