Het Verdrag van Lissabon is helaas nog niet in werking, want het voorziet in een aantal nieuwe afspraken om de EU politiek beter te laten functioneren en de EU als één stem te laten weerklinken op het wereldtoneel. Net daarom is de institutionele stilstand in de EU de voorbije jaren is moeilijk aanvaardbaar. Net op het moment dat de EU-burgers van het Europa van de 27 er alle belang bij hebben dat er een meer slagkrachtige en efficiënte EU komt die beter kan antwoorden op de uitdagingen van de 21ste eeuw, plooien de regeringen van een aantal lidstaten terug op zichzelf en verhinderen ze de verbetering van de EU-spelregels. Het Verdrag van Lissabon is nog steeds niet door alle landen goedgekeurd, en dat zou nochtans best snel gebeuren. Een groot deel van de kritiek op deze verdragstekst is terecht, maar daar staat tegenover dat het Verdrag in heel wat opzichten een stap vooruit is die we niet mogen laten liggen. De EU zal er democratischer en slagvaardiger door worden, wat absoluut nodig is om de globalisering beter aan te kunnen pakken. Ook de positie van de burgers zal erdoor verbeteren, onder meer door het Grondrechtenhandvest. En de positie van het Europees Parlement tegenover de Raad, de Commissie en de nationale regeringen zou verbeteren, wat eveneens een noodzaak is in de verdere democratisering van de EU. Maar met de goedkeuring van het Verdrag van Lissabon zijn we er nog lang niet, laat dat duidelijk zijn. Met betere spelregels kan ook een beter beleid gevoerd worden, maar dat moet dan ook gebeuren. Veel meer dan naar enkel de discussie over het Verdrag zou de druk moeten gaan naar het beleid dat gevoerd wordt, in de aanpak van de gecombineerde economische, financiële en ecologische crisis, in de opbouw van een sociaal Europa, in een strategie voor een andere globalisering. Als de EU, met de mogelijkheden die ze nu al heeft, niet beter presteert op cruciale domeinen voor de burger, zal die burger nog lang haar of zijn terechte ontevredenheid kanaliseren naar discussies over verdragen of procedures. Zo’n inhoudelijk offensief moet alleszins het ene luik zijn van een sterke strategie om het integratieproces weer op gang te trekken.
Het andere luik zal erin bestaan om in de toekomst de EU-spelregels en -instrumenten nog verder te verbeteren waardoor ze beter aangepast zijn aan een Unie van 27 lidstaten. Wij willen op termijn nog steeds een echte Europese grondwet. Het overladen grondwettelijk verdrag beantwoordde te weinig aan dat doel. Ons doel is een slankere tekst met grondbeginselen, die zich beperkt tot de waarden en doelen van de Unie, de grondrechten, symbolen en regels voor de instellingen. De grondwet moet de burgerrechten inclusief sociale rechten van de burgers garanderen en ecologische duurzaamheid verankeren. Zo’n grondwet moet door een democratisch, transparant en Europees proces ontstaan en door Europawijde referenda gelegitimeerd worden. Voor dat alles is tijd nodig. Het Verdrag van Lissabon is, met alle tekortkomingen, in dat proces een eerste stap. In de komende legislatuur van het Europees Parlement zou er verder al moeten begonnen worden met het opstarten van een nieuwe Conventie. Ten slotte dient er ook te worden nagedacht over een sterke en creatieve strategie om met voldoende landen het integratieproces weer op te starten en werk te maken van een verdieping van de Europese integratie. Als reactie op de institutionele blokkade binnen de Europese instellingen wordt de verleiding steeds groter om in wisselende constructies met een aantal lidstaten ad hoc samen te werken rond een aantal onderwerpen. Het ontstaan van een dergelijk ‘Europa à la carte’ vinden we geen aantrekkelijk perspectief, het riskeert te weinig coherent en democratisch te zijn. Als de blokkades blijven bestaan is het beter werk te maken van een strategie van structurele versterkte samenwerking tussen een voldoende aantal lidstaten van de Unie. Dat moet dan wel een voldoende brede strategie zijn (dus niet enkel op financieel of militair vlak, maar vooral op fiscaal, sociaal, ecologisch en extern vlak) en moet voldoende verankerd zijn in de verdragen, zodat er geen verzwakking van de EU of een nieuwe tweedeling tussen de lidstaten ontstaat. Ons land, toch nog steeds een van de meest overtuigde pleitbezorgers van een verenigd Europa, zou een van de voortrekkers van een dergelijke strategie moeten zijn.

Popularity: 8% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.



