We willen een landbouw- en voedselsysteem dat uitgaat van de volgende algemene principes:
Europa moet in principe zelfvoorzienend zijn. Het voedsel voor de Europese burgers moet zoveel mogelijk binnen Europa worden geteeld en geproduceerd. Dat houdt in dat er geen onrechtmatig beslag wordt gelegd op grote oppervlakten op andere continenten (bv. voor de teelt van voedergewassen) en dat er ook geen structurele overproductie is (die wordt gedumpt op de markten van andere continenten).
De landbouw organiseert zich binnen en versterkt het ecologisch draagvlak. Overbevraging en vervuiling van de bodem worden systematisch tegengegaan. Ook de landbouw neemt haar verantwoordelijkheid op in het algemene klimaatbeleid.
Het landbouwbeleid richt zich op het bevorderen van kortere kringlopen, en geeft dus voorrang aan lokale en regionale voedselproductie gebaseerd op kleinschalige, gediversifieerde en agro-ecologische productiesystemen. Er wordt geïnvesteerd in plattelandsontwikkeling. Het ondersteuningsbeleid richt zich minder op de multinationale ondernemingen en meer op de relatief kleinere landbouwbedrijven.
 Vormen van marktbescherming en -ondersteuning richten zich op het bevorderen van gezonde en duurzame kwaliteit voor een eerlijke prijs. Het recht op voedsel van alle gemeenschappen ter wereld moet gegarandeerd zijn. Ook de landen van het Zuiden moeten het recht hebben hun voedselmarkt te beschermen. Dumping op andere markten kan niet, subsidies voor export dus ook niet. Import van te goedkope of kwalitatief lage producten mag worden afgeremd. Fair trade wordt gesteund.
Er moet een grotere coherentie komen tussen het landbouwbeleid enerzijds en het klimaat-, energie-, milieu- en handelsbeleid van de EU, uitgaand van het principe van ecologische rechtvaardigheid.
*Â De EU schaft onmiddellijk alle exportsubsidies af.
* Inkomenssteun wordt afgebouwd. Alleen voor boeren die produceren in een regio met een natuurlijke handicap, zoals bergen of veenweidegebied, blijft een hectaretoeslag bestaan. Voor deze steun gelden strikte eisen op het vlak van dierenwelzijn, natuurbehoud, milieu en waterverbruik.
* Boeren en andere grondbeheerders worden ruimer beloond voor de diensten die zij de maatschappij leveren, zoals landschapsonderhoud, natuurbeheer en waterberging, milieu (gebruik minder pesticiden en kunstmeststoffen).
* Boeren krijgen meer steun bij het investeren in dierenwelzijn en bij het verbreden van hun bedrijvigheid met boerencampings, erfwinkels, zorgboerderijen en andere vormen van plattelandsontwikkeling.
* De EU steunt de biologische landbouw met omschakelingspremies, gunstige btw-tarieven en een betrouwbaar keurmerk.
* Biologische producten worden vrijgesteld van btw.
* De EU besteedt geen geld meer aan reclame voor vleesconsumptie. In de verschillende Europese programma’s wordt aandacht besteed aan een strategie van vleesvermindering.
* De EU bevordert het gebruik van termijncontracten die boeren meer zekerheid geven over hun afzetprijzen. Zij gaat speculatie tegen.
* Quotering van productie en braaklegging van landbouwgrond voor natuur blijven beschikbaar als vangnet tegen lage prijzen.
* De Europese Commissie treedt op tegen machtsmisbruik door voedselmultinationals en supermarktketens.
* De EU steunt vormen van ‘community supported agriculture’, waarbij een directe band gelegd wordt tussen boeren en consumenten, van groentemanden over voedselteams naar boerenmarkten. Daarnaast ook steun voor vormen van landbouw in stedelijk milieu: ecovolkstuintje, of het herwinnen van verloren ruimten in de stad voor landbouw of groen.
* De EU streeft naar een landbouw die vrij is van genetische modificatie en ondersteunt gentechvrije productieketens. Op korte termijn wordt de etiketteringsplicht voor reeds toegelaten genvoedsel uitgebreid tot producten van dieren die zijn gevoed met genvoer. Telers van gengewassen en toeleveranciers worden volledig aansprakelijk voor (milieu)schade.
* Verscheidenheid op de akker, voor vrij zaaigoed. Verscheidenheid is noodzakelijk, om de voedselzekerheid in een zich veranderend milieu te kunnen garanderen. De EU-programma’s voor het behoud van de genetische hulpbronnen zijn echter ontoereikend en laten kleinere initiatieven, die zich richten op het behoud van de genetische verscheidenheid van plant en dier, te weinig aan bod komen. Boeren en tuinders die traditionele soorten verbouwen en op de markt willen brengen, mogen niet in de illegaliteit geduwd worden. We zetten ons in voor een wettelijk kader en steunprogramma’s die de genetische verscheidenheid als levensgrondslag bevorderen.
* Wij willen dat er duidelijke bovengrenzen worden vastgelegd voor pesticidenresidu’s in voedingsmiddelen. Daarbij moet er eindelijk ook rekening gehouden worden met de meervoudige belasting door verschillende pesticidenresidu’s. Kinderen en andere kwetsbare groepen moeten de maatstaf zijn wanneer de EU normen vastlegt. De EU zou een actievere rol moeten opnemen bij de bescherming van mensen tegen gevaarlijke pesticiden. Gevaarlijke pesticiden moeten gewoon verboden worden.
* Verscheidenheid op de akker, voor vrij zaaigoed. Verscheidenheid is noodzakelijk, om de voedselzekerheid in een zich veranderend milieu te kunnen garanderen. De EU-programma’s voor het behoud van de genetische hulpbronnen zijn echter ontoereikend en laten kleinere initiatieven, die zich richten op het behoud van de genetische verscheidenheid van plant en dier, te weinig aan bod komen. Boeren en tuinders die traditionele soorten verbouwen en op de markt willen brengen, mogen niet in de illegaliteit geduwd worden. We zetten ons in voor een wettelijk kader en steunprogramma’s die de genetische verscheidenheid als levensgrondslag bevorderen.
* Geen patent op leven. We willen grenzen stellen aan de patentverstrekkingpraktijk van het Europees Patentbureau. We vragen een herziening van de Europese biopatentrichtlijn, waardoor er niet langer patenten op leven kunnen gegeven worden. Want op deze grondslag kent het Patentbureau patenten toe en gebruikt daarbij de achterpoortjes in de wetgeving, zoals bij de patenten op biologische selectiemethodes. Die ontwikkeling zorgt op lange termijn voor een ontoelaatbare monopolieaanspraak van enkele concerns op planten en dieren, beperkt de teelt en ontneemt de landbouw haar productiebasis.
* We willen de energieverspilling in de Europese voedingsector via drie sporen aanpakken: afbouw van de afhankelijkheid van olie en chemie door de uitbouw van zonne- en bio-energie uit reststoffen en en nevenproductie ter plekke, korte ketens voor levensmiddelen, en een offensief vormings- en onderzoeksbeleid voor een evenwichtige voeding.
* De Europese steun voor landbouwonderzoek richt zich met name op een efficiënter gebruik van water, voedingsstoffen, energie en land, alsmede op de verhoging van de ziekteresistentie van dieren en gewassen.
* De EU zet zich in voor verhoging van de landbouwproductiviteit in ontwikkelingslanden. Zij ondersteunt lokale initiatieven en biedt steun bij de aanleg van infrastructuur en andere vormen van plattelandsontwikkeling. Zij verleent ruimere toegang tot de Europese markt, bevordert boerencoöperaties en biedt meer microkredieten aan.
* De EU ondersteunt private initiatieven die duurzaamheidstandaards ontwikkelen voor internationale productieketens. De EU stimuleert hoge standaarden en behoudt zich het recht voor om zelf striktere eisen te stellen.
* De EU maakt zich sterk voor internationale afspraken om voedseltekorten tegen te gaan, zoals strategische voorraadvorming en terughoudendheid bij exportverboden.
* Er komt een apart voedselveiligheidsregime met werkbare voorschriften voor ambachtelijke producenten van streekgebonden voedsel en voor kleinschalige import uit ontwikkelingslanden.
* De EU ontwikkelt een verplicht algemeen duurzaamheidlabel dat zowel de ecologische als de sociale aspecten inzichtelijk maakt.
Popularity: 7% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.




