We willen een omvattend Sociaal Pact voor Europa, dat de arbeids- en levensomstandigheden van de mensen in de EU verbetert. Basis hiervoor is het nieuwe Verdrag, dat na goedkeuring ook de sociale grondrechten zal vastleggen. Uitgangspunt hierbij is ook dat de interne markt geen doel op zich, maar enkel een middel is om de sociale doelstellingen te bereiken. De algemene lijn is onder meer dat er op Europees niveau sociale minimumstandaards worden uitgewerkt die overal gegarandeerd zijn, zonder dat ze hogere nationale standaards uithollen. Daarnaast hebben we behoefte aan een consequent sociale uitwerking van de Lissabonstrategie en willen we de sociale, economische en territoriale samenhang versterken en in die zin ook de structuurfondsen aanpassen. De methode van de open coördinatie zou verder ontwikkeld moeten worden, en zou meer democratisch en bindend moeten worden, door een sterkere rol van het Europees Parlement.
* De Europese Commissie beoordeelt de prestaties van de lidstaten in het Sociaal Pact en legt aanbevelingen voor aan de Raad van Ministers en het EP. Lidstaten die het Sociaal Pact herhaaldelijk overtreden verliezen hun stemrecht in de Raad bij sociaaleconomische besluiten.
* Als onderdeel van een meer omvattende strategie van structurele versterkte samenwerking (zie bij onderdeel democratie) kunnen lidstaten stappen zetten naar een diepere sociaal-economische integratie die leidt tot een versterking van de sociale rechten en het tegengaan van onderlinge concurrentie in onder meer de fiscale stelsels.
* Sociale doelen bindend maken. We willen de Lissabonstrategie op een nieuw spoor zetten. Bij de voor 2010 voorziene herziening van de Lissabonstrategie moeten de duurzaamheidsstrategie en de sociale agenda opnieuw een integraal deel worden van de Lissabonstrategie. We willen het bereiken van de sociale doelen en indicatoren bindend vastleggen. Hoewel in de Lissabonstrategie officieel doelstellingen op het vlak van economie, arbeid, sociaal beleid en milieu zijn opgenomen, wordt er bij de omzetting in nationaal beleid bijna uitsluitend naar de economische doelen gekeken. De sociale en ecologische doelen komen door hun niet-bindend karakter in de verdrukking. Zo worden veel kansen gemist om de economie te vergroenen en maatschappelijke samenhang te versterken. Landen die de vooropgestelde doelen niet halen moeten daarvoor gesanctioneerd kunnen worden.
* Minimumlonen invoeren. We willen verhinderen dat loondumping als een concurrentiemiddel gebruikt wordt. Mensen moeten van hun loon kunnen leven. Het moet armoedevast en toereikend zijn. We willen concurrentie over de kwaliteit van de arbeid, niet over het loon. Daarom vragen we minimumlonen die wettelijk of via cao zijn vastgelegd. Die moeten relevant boven de armoedegrens liggen, en zouden in alle lidstaten, via de nationale modellen moeten gelden. Op dit moment hebben 20 van de 27 lidstaten reeds een nationaal minimumloon. Dergelijke minimumlonen zijn niet alleen een instrument om de tendens naar het meer voorkomen van ‘working poor’ te bekampen, het is ook een middel om de loonongelijkheid tussen mannen en vrouwen aan te pakken. In Europa ligt het loon van vrouwen gemiddeld 15% onder dat van mannen.
Popularity: 7% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.




