Enkele concrete, groene voorstellen in verband met de arbeidsmarkt.Â
* Arbeidsduur verkorten. We willen geen te hoge maximumarbeidsduur. Een aantal lidstaten heeft bij de discussie over de arbeidstijdenrichtlijn geprobeerd de maximumduur te verhogen. Het Europees Parlement is hier terecht tegen in gegaan. De maximale arbeidsduur mag niet boven de 48 uur komen. De eis voor een maximale arbeidstijd is een fundamenteel recht voor de EU-burgers. Tegelijk verzetten we ons, net als het Parlement, tegen de stelling van een aantal lidstaten dat de wachtdienst niet langer als arbeidstijd zou worden aangerekend. Dat is met name voor medisch personeel en opvoeders van belang. In plaats van de maximumduur te verlengen, is er veeleer nood aan concepten van arbeidsduurvermindering en flexibiliteit op maat van de werknemers. Zo kan de werkloosheid aangepakt worden, samen met een verbetering van de mogelijkheden voor combinatie van arbeid en gezin.
* Speciale aandacht is nodig voor de bestrijding van werkloosheid bij vrouwen. In heel Europa moeten de mogelijkheden voor gelijke deelname aan de arbeidsmarkt en gelijke carrièrekansen verbeterd worden. Het is ons doel om de lidstaten tot grotere inspanningen om de vrouwenwerkloosheid te overwinnen te verplichten. Er is nood aan bindende doelstellingen en sanctiemogelijkheden. Opdat het Europees grondrecht op gelijke beloning voor vrouwen en mannen eindelijk realiteit wordt moet er sterker opgetreden worden tegen loondiscriminatie.
* Werknemersrechten garanderen. De rechten van uitzendarbeiders dienen in de EU verder versterkt te worden. In de richtlijn uitzendarbeid moet duidelijk zijn dat uitzendarbeiders recht hebben op een gelijke behandeling tegenover binnenlandse werknemers. Op basis van het principe van gelijk loon voor gelijk werk op dezelfde plaats moet duidelijk in de richtlijn staan dat nationale cao-overeenkomsten in hun verschillende varianten dezelfde waarde hebben als wettelijke minimumlonen.
* Kwaliteitsvolle arbeid bevorderen. We willen dat het werkgelegenheidsbeleid zich sterker richt op het concept van kwaliteitsvolle arbeid. Arbeid is goed of kwaliteitsvol als de betrokkenen mee betrokken zijn bij de organisatie van de arbeid en als er een voldoende loon tegenover staat. Dat betekent ook dat flexibiliteit in de arbeidswereld wordt verbonden met sociale zekerheid. De arbeidsrechtelijke standaards mogen niet op basis van zogenaamde flexibele arbeidsverhoudingen (zoals uitzendarbeid, mini-jobs of schijnzelfstandigheid) uitgehold worden. We vragen een goede Europese definitie van zelfstandigheid, die schijnzelfstandigheid en ‘postbusbedrijven’ zoveel mogelijk verhindert.
* De EU versterkt de medezeggenschap van werknemers via (Europese) ondernemingsraden. De medezeggenschap gaat ook gelden voor de beloning van het management. We willen als kernstuk hierbij een richtlijn voor Europese ondernemingsraden die die naam waardig is en die een eerlijke sociale dialoog mogelijk maakt. Daartoe is er nood aan een echte herziening van de bestaande richtlijn. Wij zijn er voorstander van dat vanaf 500 werknemers een Europese ondernemingsraad kan opgericht worden.
* We willen onderzoeken of een Europese werkloosheidsverzekering kan worden ingevoerd. De verschillen in economische groei tussen de landen van de eurozone namen de voorbije jaren toe. De klassieke conjunctuurinstrumenten zoals de monetaire politiek staan niet meer ter beschikking van de staten van de eurozone. Tegelijk is bij een economische recessie door het Stabiliteitspact de druk groot om tot besparingen in de overheidsuitgaven over te gaan. Dat kan ertoe leiden dat de sociale verzekering wordt beperkt, net op het moment dat die het hardst nodig is. Een Europese basiswerkloosheidsverzekering zou een deel van de nationale werkloosheidsverzekering kunnen vervangen. Voor de bijdrageplichtigen komen er geen extra belastingen. Een deel van de huidige werkloosheidsbijdragen zou in een Europese pot komen waaruit in geval van werkloosheid elke EU-burger voor een jaar 50% van het laatste inkomen zou krijgen. Dit basisbedrag kunnen de lidstaten dan verder verhogen op basis van hun nationale wetgeving. Er komt geen inperking van de nationale wetgeving rond hoogte en duur van uitkeringen. De voordelen van een dergelijke EU-basisverzekering zijn duidelijk: ze werken als een automatische stabilisator. Economische op- en neergang worden zo gedeeltelijk verdeeld over de lidstaten, waardoor het gevaar kleiner wordt dat de arbeidsmarktpolitiek zelf procyclisch wordt, recessietrends versterkt en dat de sociale bescherming tot voorwerp van politieke opportuniteiten worden.
Popularity: 6% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.




