Enkele ideeën over het creëren van een sociale ruimte in de EU.
* De EU dwingt geen liberalisering af. De lidstaten bepalen zelf welke diensten in handen blijven van de overheid of maatschappelijke ondernemingen.
* De impact van de dienstenrichtlijn op de werking van de social profitondernemingen moet onderzocht worden. Hetzelfde geldt ten aanzien van de reglementering op sociale ondernemers inzake staatssteun en mededingingsbeleid en ten aanzien van de arbeidswetgeving en de organisatie van de arbeidstijd. In dit verband dient ook de impact onderzocht te worden van de intrede van commerciële ondernemers in de zorg.
* De EU wordt verantwoordelijk voor het beheer van netwerken met een grensoverschrijdend karakter: hogesnelheidsspoor, satellietnavigatie, een supernet voor groene stroom. Zij verzekert voldoende investeringen in deze netwerken en eerlijke toegang voor dienstverleners die concurreren.
* Betere erkenning diploma’s en kwalificaties. We willen een Europawijde vereenvoudiging van de overdraagbaarheid van kwalificatie-eenheden. De basis voor Europawijde mobiliteit is de erkenning van diploma’s en beroepservaring. De vergelijkbaarheid en erkenning van diploma’s binnen de EU is ontoereikend.
* Sociale bescherming verbeteren met een Europese sociale kaart. We willen dat in een Europa zonder grenzen sociale rechten en voordelen niet verloren gaan, wanneer mensen een job in een ander land opnemen of verhuizen. De nu reeds wettelijk gegarandeerde erkenning en optelling van in verschillende landen verworven verzekerings- en werkbijdragen moet ook gemakkelijk bruikbaar zijn voor de burgers. Daarom willen we een Europese sociale kaart invoeren. Die zal de toegang tot aanspraken in de sociale zekerheid op het domein van bv. ziekte, pensioen, werkloosheid, in het buitenland vergemakkelijken en administratieve hindernissen bij een grensoverschrijdende verandering van job verminderen. De noodzakelijke gegevens worden in het eigen land opgeslagen, waardoor de kaart zelf enkel als een informatiesleutel dienst doet. Een dergelijk systeem zou voor heel wat werknemers een serieuze stap vooruit zijn en zou het Europees burgerschap ook concreet maken.
* Op patiënten gerichte reclame voor receptgeneesmiddelen blijft verboden. De EU stimuleert onafhankelijke informatievoorziening over ziektes, behandelingen en medicijnen.
* De EU legt minimumrechten voor patiënten vast. Zij krijgen recht op vergoeding van ziekenhuisbehandelingen in een ander EU-land, bijvoorbeeld wanneer het eigen land lange wachtlijsten kent. Lidstaten mogen de voorwaarde van voorafgaande toestemming blijven hanteren als een kostenexplosie dreigt.
* De EU bevordert samenwerking tussen landen bij de inkoop en productie van vaccins die een grootschalige uitbraak van griep moeten voorkomen of intomen.
* We willen de regionale ontwikkelingsverschillen in Europa verkleinen. Belangrijkste instrument hier is het Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO). Belangrijkste doel blijft voor ons dat de regionale ontwikkeling als doel heeft de verschillen tussen de regio’s te verkleinen en alle regio’s gelijke ontwikkelingskansen te geven. Dat mag echter niet ten koste gaan van de sociale en ecologische belangen. Daarom verzetten we ons tegen de huidige verplichting dat steunmiddelen eenzijdig op de regionale concurrentiekracht worden ingezet. De middelen moeten ook meer gericht worden ingezet, en zouden enkel nog mogen gaan naar die lidstaten waarvan het BBP lager ligt dan 90% van het EU-gemiddelde en naar grensoverschrijdende samenwerking.
* We willen het Europees Sociaal Fonds (ESF) verder ontwikkelen. Er zou daarbij meer aandacht moeten zijn voor de werklozen. Voor moeilijk bemiddelbare werklozen zouden er meer projecten in de ‘derde sector’ moeten voorzien worden, waardoor zij ook een uitzicht kunnen krijgen op een zinvolle baan. Om langdurige werkloosheid te verhinderen zou het ESF meer aandacht moeten besteden aan opleiding, waardoor zoveel mogelijk jonge mensen een goede start krijgen in hun beroepsleven. Verder moet verzekerd worden dat het ESF niet in de plaats komt van nationaal werkgelegenheidsbeleid, maar dat enkel aanvult met innovatieve projecten.
Popularity: 11% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.




