In tegenstelling tot andere grootmachten gebruikt de EU bij het buitenlands beleid vooral soft power. Door middel van financiële steun en capaciteitsopbouw kunnen op langere termijn democratiseringsprocessen in landen bevorderd worden. Hier enkele voorstellen om het buitenlands en veiligheidsbeleid van de EU te verbeteren.    Â
Â
* De EU zet de veiligheid van mensen, waar ook ter wereld, centraal in haar buitenlands beleid. Zij doet grotere inspanningen voor mensenrechten, democratie, armoedebestrijding, voedselzekerheid, ecologische veiligheid en volksgezondheid.
* De EU streeft naar een humanisering van het volkenrecht: de veiligheid van mensen gaat boven de soevereiniteit van staten. Zij zet zich ervoor in dat de internationale gemeenschap beter wordt toegerust om genocide en ernstige mensenrechtenschendingen te voorkomen en te stoppen. Zij vergroot haar eigen inzet voor de bescherming van burgers en vluchtelingen in conflictgebieden.
* Aan mensenrechtenactivisten die bedreigd of vervolgd worden biedt de EU een vrijheidspaspoort aan, dat onder meer vrije toegang geeft tot het EU-grondgebied.
* De EU blijft ijveren voor een wereldwijde afschaffing van de doodstraf.
* De EU zet zich in voor een hervorming van de Verenigde Naties die de Veiligheidsraad besluitvaardiger en representatiever maakt en de positie van de secretaris-generaal versterkt.
* De EU streeft naar een eigen zetel in de Veiligheidsraad, in plaats van de Britse en Franse zetels. Bij wijze van tussenstap voert de buitenlandcoördinator het woord namens de EU wanneer haar lidstaten een gezamenlijk standpunt hebben.
* In plaats van unanimiteit wordt meerderheidsbesluitvorming de regel in het buitenlands beleid van de EU. De controle door het Europees Parlement wordt versterkt.
* Militaire missies van de EU vergen de instemming van de nationale parlementen van de deelnemende landen én van het EP. Voorafgaand aan een eventuele militaire interventie wordt interventie-effectrapport opgemaakt.
* Door verregaande samenwerking en specialisatie worden de efficiency en inzetbaarheid van de legers van de EU-landen vergroot.
* Er komt een Europees Civiel Vredeskorps van snel inzetbare experts die gespecialiseerd zijn in crisispreventie en vredesopbouw. De EU verleent tevens steun aan burgervredesteams.
* De wapenexportcode van de EU wordt bindend gemaakt en aangescherpt.
* De EU zet zich in voor een wereldwijd verdrag dat wapenhandel aan banden legt.
* De EU oefent druk uit op weigerachtige lidstaten, militaire partners en andere landen om het statuut van het Internationaal Strafhof en de verdragen tegen landmijnen en clusterbommen te ondertekenen en ratificeren.
* De EU start een diplomatiek offensief voor de afschaffing van alle kernwapens. De EU wordt een kernwapenvrije zone.
* We verzetten ons tegen de uitbouw van het omstreden raketafweerschild.
* Versterking van economische instrumenten voor conflictpreventie. We vragen ethische criteria:
- in subsidielijnen en het weigeren van overheidssteun aan bedrijven die goederen of diensten leveren voor klanten die in strijd met het oorlogsrecht en de mensenrechten handelen
bij de exportverzekeringsinstellingen
- bij openbare aanbestedingen te hanteren en bedrijven te weren die aantoonbaar in strijd met het oorlogsrecht en de mensenrechten handelen.
* We willen Rusland beter betrekken in het Euro-atlantische veiligheidspartnerschap. Elementen daarvoor zijn de hernieuwde opstart van het NAVO-Rusland-partnerschap net als de versterking van de OVSE in Europa. Het aangepaste CFE-Verdrag over ontwapening in Europa, moet door alle betrokken partijen bekrachtigd worden. We zijn bezorgd over de autoritaire ontwikkelingen in Rusland, die gepaard gaan met de verharding van het Russische buitenlandbeleid en de inzet van energiereserves als politiek drukkingsmiddel. De verhouding tussen Rusland en de VS werd de voorbije jaren in toenemende mate door conflicten gekenmerkt. De hegemoniale politiek van Rusland tegenover de voormalige Sovjetrepublieken is niet aanvaardbaar.
* We willen de Gemeenschappelijke Strategie EU-Afrika die de staats- en regeringsleiders in december 2007 vastlegden verder verdiepen. De voorbije jaren lag het zwaartepunt veel te sterk op de door de Afrikaanse landen en civiele maatschappij terecht afgewezen EPA’s. Andere thema’s uit de gemeenschappelijke strategie, zoals vrede en veiligheid, democratisch bestuur, bescherming van de mensenrechten, bereiken van de Millenniumdoelen, energie en de klimaatverandering verdienen een veel grotere aandacht dan ze nu krijgen.
* Specifiek voor Oost-Congo vragen we een sterke inzet van de EU. Die zou zich verder moeten inzetten voor een politiek onderhandelde oplossing voor het conflict. Zo’n oplossing moet gebaseerd zijn op de bestaande overeenkomsten van Nairobi en Goma. Er is verder nood aan een sterke, internationaal gecoördineerde aanpak van de problematiek van de illegale exploitatie en handel in natuurlijke rijkdommen uit Oost-Congo. Verder verwachten we van de EU dat die zich inzet voor een sterke aanpak van de straffeloosheid op alle niveaus en bij alle betrokken partijen, door Congolese strafinstellingen en door het Internationaal Strafhof.
* Humanitaire crises voorkomen. De EU moet zich actief inzetten voor het voorkomen van humanitaire crises en zich ook engageren voor de verantwoordelijkheid tot bescherming (R2P). Op de wereldtop van de VN eind 2005 werd door de staats- en regeringsleiders de “Responsibility to Protect” (R2P) vastgelegd. Wanneer een staat tegenover de eigen bevolking de verantwoordelijkheid tot bescherming niet kan opnemen, is de internationale gemeenschap medeverantwoordelijk. De VN kan in dat geval de geëigende diplomatieke, humanitaire en andere middelen inzetten, tot het opleggen van dwangmaatregelen volgens hoofdstuk VII van het VN-charter. Dat is een belangrijke stap. Het debat over R2P mag niet verengd worden tot militaire aspecten. Met name de in de resolutie genoemde preventie-instrumenten zijn belangrijk. R2P is in de eerste plaats de ‘responsobilty to prevent’. Er is geen automatisme voor een humanitaire interventie of een vrijbrief voor oorlog. Enkel de VN kan het mandaat tot ingrijpen verstrekken, en dat strikt begrensd tot de gevallen van volkerenmoord, oorlogsmisdaden, etnische zuivering en misdaden tegen de menselijkheid. Er zou moeten onderzocht worden of het vaststellen van deze overtredingen naast de VN-Veiligheidsraad ook kan worden toevertrouwd aan een gerechtelijk orgaan zoals het Internationaal Strafhof, waardoor een politiek gemotiveerd ‘wegkijken’ door de internationale gemeenschap in geval van volkerenmoord kan vermeden worden en een eerdere inzet van de internationale gemeenschap mogelijk wordt.
Popularity: 9% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.




