Enkele voorstellen voor een echt europees jeugdbeleid.
Er is nood aan een cross-sectoraal jeugdbeleid. Dat houdt onder meer in een betere coördinatie van het jeugdbeleid via de oprichting van een ‘intergroup on youth mainstreaming’ in het EP en een ‘Group of Commissioners on Youth’ in de Commissie. De nieuwe jeugdagenda van de EU dient binnen de Commissie te worden goedgekeurd als een horizontaal plan, en niet enkel een plan voor de jeugdsector. Bij het opstellen van de begroting zou ervoor moeten gezorgd worden dat de effecten voor jongeren steeds in rekening worden genomen (’youth budgeting’).
* Er is nood aan een sterke jeugdagenda met participatie van jongeren en hun organisaties. Dat houdt onder meer in dat er een sterke implementatie komt van het ‘jeugdartikel’ (165) in het Verdrag van Lissabon. Er is ook nood aan eenvoudig beschikbare middelen voor de financiering van projecten in het kader van de gestructureerde dialoog. Europese evenementen zoals de ‘Europese Week van de Jeugd’ kunnen nog beter en doelgerichter georganiseerd worden, zodat ze een grotere impact hebben op het beleid.
* Er is nood aan een sterk engagement van de EU voor duurzame ontwikkeling. In de besluitvormingsorganen hiervoor zouden jongeren voldoende moeten betrokken worden. EU-campagnes voor sensibilisering zouden voldoende op jongeren moeten gericht zijn. Duurzame ontwikkeling zou opgenomen moeten worden in het volgende programme ‘Youth in Action’.
* Duurzame mobiliteit moet voor iedereen beschikbaar zijn. Zo is er nood aan voldoende financiering voor grensoverschrijdend openbaar vervoer. Een modern, efficiënt en voldoende goedkoop interrail-ticket is ook nodig. Er zijn ook maatregelen nodig waardoor het gemakkelijker wordt visa te verkrijgen voor buitenlandse vrijwilligers.
* Het Europese Jeugdprogramma (Youth in Action) is een belangrijk instrument dat veel mogelijkheden biedt aan jongeren. Het nieuwe jeugdprogramma, dat loopt vanaf 2014, kan nog beter. Zo zou het moeten gescheiden blijven van andere programma’s. Er zou ook moeten gestreefd worden naar minder bureaucratische rompslomp. Een groter budget en een grotere geografische reikwijdte zijn ook aangewezen.
* De mogelijkheden om te leren over de grenzen heen zouden nog moeten verbeterd worden. De bestaande Europese mobiliteitsprogramma’s (bv. Erasmus) zouden moeten worden versterkt. Er is nood aan een minder bureaucratische aanvraagprocedure, betere promotiecampagnes, en meer aandacht voor het leren van de vreemde taal. Ook de mogelijkheden voor internationale stages zouden verbeterd kunnen worden. Dat kan door een Europees statuut voor stagiairs, een certificaat voor stages, meer promotie en voldoende financiële middelen.
* Speciale aandacht is nodig voor het principe van waardig werk voor alle jongeren. Duurzame maatregelen zijn nodig om de toename van werkloosheid bij jongeren te verhinderen. Een speciaal initiatief, zoals een ronde tafel gericht op een visie op een duurzame arbeidsmarkt voor jongeren, kan nuttig zijn. Het concept van waardig werk moet centraal staan in het hele beleid. Er is ook nood aan een betere samenwerking tussen de EU en de ILO en de instelling van sociale minimumstandaards die overal gegarandeerd zijn.
* Er is meer actie nodig op het vlak van onderwijs en vorming, via het ’strategisch kader onderwijs en training na 2010′ en het Europees Jeugdpact. Doel moet zijn de vroege schooluitval en de functionele ongeletterdheid naar omlaag te krijgen. De rol van de Commissie in het Bolognaproces zou moeten verduidelijkt worden. De EU zou ook een actievere rol moeten spelen in de financiële stimulering van de mechanismen van toegang tot het hoger onderwijs.
* Er is nood aan een nieuwe strategie voor duurzame ontwikkeling ter opvolging van de huidige Lissabonstrategie. De duurzaamheidstrategie zou op zich minstens evenveel aandacht moeten krijgen. En in de vervolgstrategie voor de huidige Lissabonstrategie (na 2010) zouden de sociale en ecologische dimensie volwaardig moeten geïntegreerd worden. Het nastreven van een sterk Europees Sociaal Model, met focus op waardige jobs, aandacht voor daling van armoede bij kinderen en jongeren en een sterke jeugddimensie, moet het doel zijn. Daartoe moet de zichtbaarheid van het vernieuwde Jeugdpact gemaximaliseerd worden.
* Er is nood aan een gemakkelijke toegang tot cultuur voor alle jongeren. Dat kan via het idee van een algemene Europese jeugdkaart (European Youth Card).
* De EU zou een kader moeten opzetten om de kwaliteit van het niet-formeel leren te waarborgen, en dat in nauwe samenwerking met de jeugdorganisaties.
* We willen een wettelijk statuut voor Europese jeugdorganisaties. De Commissie zou daartoe een voorstel moeten uitwerken. Er is ook nood aan duurzame structurele financiële ondersteuning.
* Er is behoefte aan een proactief beleid ten opzichte van de toenemende informatisering van de samenleving. De EU moet het onderzoek naar nieuwe media en veranderingen in de wereld van jongeren promoten. Een actieve en leergerichte educatie rond nieuwe media zou verder moeten gestimuleerd worden. Speciale aandacht is nodig voor bewustmaking van minderjarigen rond privacy-instellingen. Algemeen beleid is ten slotte nodig om te garanderen dat alle jongeren toegang hebben tot internet (nu is dat 60% van de Europese gezinnen).
* Het Europese migratiebeleid dient gebaseerd te zijn op de internationale verdragen. Respect voor alle internationale conventies die kinderen en jongeren beschermen (in het bijzonder het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind) is nodig. Opsluiting van minderjarige asielzoekers moet verboden worden.
Popularity: 11% [?]
Het was voor mezelf en velen van jullie heel erg spannend. Uiteindelijk haalde ik de negende Vlaamse zetel op dertien. De tiende was voor Ivo Belet van CD&V, de elfde voor Derk-Jan Eppink (LDD), de twaalfde voor Dirk Sterckx (Open VLD) en de dertiende voor Said Al Khadraoui van SP.A.




